Onze doorloopvolière:
In
deze volière zitten allerlei soorten parkieten, spreeuwachtigen en roodschoudertalingen, het mooie aan deze volière is dat de bezoekers
naar binnen mogen en de dieren zonder gaas of een ander soort afscheiding
kunnen bekijken, de dieren hebben in deze volière de genoeg ruimte
om goed te kunnen vliegen en te leven met soortgenoten zoals dat in
de vrije natuur ook gaat. De vogels worden in de buurt van het wandelpad
gevoerd zodat U ze van dichtbij kunt aanschouwen.
In deze volière bevinden zich o.a. de:
Grasparkiet
Engelse Grasparkiet
Valkparkiet
Bergparkiet
Halsbandparkiet
Princess of Walesparkiet
Australische Koningsparkiet
Roodrugparkiet
Prachtrosella
Bleekkoprosella
Patagonische Rotsparkiet
Beo
Kaapse Glansspreeuw
Het
Kasteelpark en zeker deze doorloopvolière zijn een bezoekje waard.
De
Grasparkiet

De
Grasparkiet komt oorspronkelijk uit Australië, waar hij in gigantische
zwermen rondtrekt. In de natuur komt alleen de groene kleurvorm voor,
zodat hij als er gevaar dreigt onzichtbaar kan verdwijnen tussen de blaadjes
van de bomen. De grasparkiet kiest normaal één partner voor
het leven en zij doen dan ook altijd alles samen.
De
grasparkiet is tussen de 18 en 24 cm groot ( van kop tot staart) en weegt
rond de 35 gram. Gemiddeld leeft een grasparkiet tussen de 12 en 14 jaar,
maar ze kunnen ook veel ouder worden. Na 6 maanden een grasparkiet geslachtsrijp
en kan dan zelf jongen brengen, tot wel 3 broedsels per jaar. Je kunt
het verschil in geslachten zien aan de neusdoppen, het mannetje heeft
blauwe neusdoppen en het vrouwtje bruine neusdoppen.
In
de natuur eten grasparkieten verschillende soorten zaden en grassen, in
het Kasteelpark krijgen ze parkietenzaad, wilgentakken, fruit, kiemvoer
(gekiemde zaadjes) en eivoer, ook kunnen ze op de bodem van de volière
hun kostje bij elkaar scharrelen.
De
Engelse grasparkiet is een kweekvorm van de gewone grasparkiet, hij
is groter en voller dan de gewone grasparkiet, en is oorspronkelijk gekweekt
zoals de naam al zegt in Engeland.
De
Valkparkiet

De
valkparkiet komt bijna in heel Australië voor. Valkparkieten leven
in het wild in kleine groepjes. Hun leefgebied is niet specifiek. Ze komen
in diverse streken en gebieden voor. De valkparkiet komt voor in dichte
wouden, in woestijnachtige gebieden maar ook in open savanneachtige gebieden.
Ze leven een zwervend bestaan en in het algemeen kan gesteld worden dat
ze zich daar ophouden waar voldoende water en voedsel aanwezig is.
De
valkparkiet is ongeveer 30-35 cm groot (inclusief het staartje) en weegt
80-100 gr. hij kan wel 15 tot 20 jaar oud worden. Aan de staartveren kun
je zien of het een mannetje of een vrouwtje is. Bij de mannetjes heeft
de ondergaat van de staart een egaal grijze kleur en bij het vrouwtje
staan er horizontale grijs-gele strepen op, ook heeft het vrouwtje een
minder felgekleurd kopje.
In
het zuiden van Australië broedt de valkparkiet in de periode van
augustus tot december, in het noorden van april tot juni en in midden
Australië houdt de valkparkiet er geen vaste broedperiode op na.
Afhankelijk van het weer, broeden ze hier in elke maand van het jaar.
In het wild broeden valkparkieten in holten van dikke takken en boomstammen,
waarbij hun voorkeur uitgaat naar broedgelegenheden met een vrij uitzicht.
En kunnen per jaar 2 tot 3 broedsels grootbrengen. Als voedsel eten ze
zaden van grashalmen en acaciastruiken. Verder bestaat het menu nog uit
vruchten, bessen en insecten. In het Kasteelpark krijgen ze onder andere
gemengd parkietenzaad, wilgentakken, kiemvoer, fruit en eivoer.
In
het Kasteelpark zitten verschillende mutaties van de valkparkiet o.a.
de lutino, witmasker en geparelde kleurslag.
De
Bergparkiet

De
bergparkiet komt het zuiden van Australië, daar komt hij voor in
open bos, in bomen langs wegen en waterlopen en in graanvelden en boomgaarden;
daarnaast in terreinen met struikachtige tot drie meter hoge eucalyptussen.
Hij is in de natuur minder algemeen. Ze worden in de meeste gevallen aangetroffen
in paren of kleine groepen, hoewel af en toe vluchten van zo'n drie- tot
vierhonderd exemplaren worden gesignaleerd. 's Nachts slapen ze in bomen
langs oevers van waterlopen. Overdag vertonen ze het gedrag dat van veel
parkieten in de natuur bekend is: 's Morgens voedsel zoeken, overdag rusten
in de beschutting van bomen of dicht struikgewas bij het voedselgebied,
tegen de avond weer voedsel opnemen en dan vertrekken naar de slaapplaatsen.
De
grootte van kop tot staartpunt is tussen de 37 en 42 cm. De geslachten
zijn te onderscheiden door de kleur het mannetje: kop en nek olijfachtig
geel, lichaam heldergeel, rug olijfkleurig geelgroen, staart blauwzwart,
snavel rood. Vrouwtje: meer groenachtig van kleur dan het mannetje, vooral
aan de kop, hals en borst. Staart van boven donker groen, vanonder zwart,
roze gezoomd, behalve de twee middelveren.
Het
vrouwtje legt 3 tot 6 eieren, die ze in 21 dagen uitbroed. In deze periode
wordt ze door het mannetje op het nest gevoerd. Op een leeftijd van 5
weken verlaten de jonge vogels het nest en worden daarna nog 3 weken door
beide ouders gevoerd. Pas op een leeftijd van 1,5 jaar zijn de jonge vogels
volledig op kleur. Voor die tijd lijken ze op het vrouwtje. De jongen
lijken zeer veel op het vrouwtje. De eerste gele veren verschijnen bij
de jonge mannetjes wanneer ze ongeveer 7 maanden oud zijn. Pas op een
leeftijd van ongeveer 16 maanden zijn ze volledig uitgekleurd.
In
het Kasteelpark eten deze vogels, gemengd parkietenzaad, papegaaienzaad,
wilgentakken, kiemvoer, fruit en eivoer.
De
Halsbandparkiet

Er
zijn grofweg twee ondersoorten, de Afrikaanse en de Aziatische, de Afrikaanse
heeft een zwarte snavel en de Aziatische een rode. In het Kasteelpark
wordt de Aziatische variant gehouden.
De
halsbandparkieten wonen in bosrijke omgevingen, in lichte rimboes en in
half-woestijnachtige wildernissen. Ze komen vrijwillig dicht bij de bewoonde
wereld. Ze zijn talrijk rondom de grote steden in het noorden van Indië.
In het algemeen ziet men ze in kleine groepjes, maar als er een overvloedige
bron van voedsel is, kunnen ze zich per honderden groeperen.
Nadat
het vrouwtje de eieren 22 dagen heeft bebroed komen de jongen uit. Op
een leeftijd van 6 weken verlaten de jongen het nest en worden dan nog
2 weken door hun ouders gevoerd. Pas uitgevlogen jongen lijken op het
vrouwtje en krijgen pas in hun 2e jaar hun volwassen kleuren. Op een leeftijd
van 3 jaar zijn deze vogels geslachtsrijp. De geslachten zijn gemakkelijk
uit elkaar te houden, mannetjes hebben een zwarte halsband bij de vrouwtjes
ontbreekt dit, bij vogels onder de 2 jaar is het verschil niet te zien.
In
het Kasteelpark eet de halsbandparkiet gemengd parkietenzaad, papegaaienzaad,
wilgentakken, kiemvoer, fruit en eivoer.
In
de volière kunt U onder andere de volgende mutaties zien: de blauwe,
gele en olijfkleurige vorm.
De
Princess of Walesparkiet

In
het wild komt de princess of walesparkiet uit de droge binnenlanden van
Australië. Hier komt hij voor in kleine groepjes.
De
princess of walesparkiet is ongeveer 45cm groot, de staart kan soms wel
20 cm lang worden, en weegt tussen de 100 en de 120 gram. Deze parkieten
hebben een levensduur van circa 20 jaar. Mannetjes zijn veel feller gekleurd
dan de vrouwtjes, en hebben langere staartveren.
In
het land van oorsprong broeden ze het hele jaar door, dit is wel afhankelijk
van de regen en het voedselaanbod, in Nederland is het een beetje afhankelijk
van de weersomstandigheden maar als ze binnen gehouden worden kunnen ze
ook het hele jaar rond broeden. Het vrouwtje broedt 3 weken op 4 tot 6
witte eieren, tijdens deze periode voert het mannetje zijn vrouwtje zodat
zij zo min mogelijk van het nest af hoeft. Als de jongen uitgekomen zijn
worden ze door beide ouders gevoerd en na vijf weken verlaten ze het nest,
na het uitvliegen worden ze nog enkele weken door de ouders begeleid en
gevoerd.
Hun
voedsel in het Kasteelpark bestaat uit parkietenzaad, papegaaienzaad,
wilgentakken, fruit, kiemvoer en eivoer.
In
de doorloopvolière kunt U de wildkleur en de blauwe mutatie zien.
De
Australische koningsparkiet

De
koningsparkiet komt voor in de kust- en berggebieden van oost-Australië
en van noord Queensland tot zuid Victoria. In zijn verspreidingsgebied
is hij voornamelijk waar te nemen in eucalyptus bossen en in het subtropisch
regenwoud. Van nature is de koningsparkiet dan ook een bosvogel.
Toch schuwt hij het niet om regelmatig in aangrenzende meer open, licht
beboste terreinen en in graanvelden en boomgaarden zijn gezicht te laten
zien. Vooral buiten het broedseizoen is laat de koningsparkiet zich ook
in de parken en tuinen van steden en dorpen zien. Koningsparkieten vliegen
gewoonlijk rond in paren of kleine groepen. In de herfst verzamelen de
jonge vogels zich in groepen van twintig tot wel dertig stuks. Overdag
zijn de vogels vaak te vinden in bomen en struiken waar ze beschutting
zoeken voor de zon en of op zoek zijn naar voedsel. Ook komen ze regelmatig
op de grond om te drinken en voedsel te zoeken.
Deze
vogel is ongeveer 42 cm groot. Bij de man zijn de kop en de onderzijde
van het lichaam rood. De onderstaartveren zijn donkergrijs met een rode
rand. De mantel, de rug en de vleugels zijn donkergroen. De schouderdekveren
lichtgroen. Boven de mantel bevindt zich een smalle blauwe band. De bovenstaartveren,
de stuit en de onderkant van de rug zijn donkerblauw. De middelste staartpennen
zijn zwart, lichtjes groen getint, de buitenste staartpennen zijn groenachtig
zwart met een blauwe tint.de bovensnavel is oranjerood met een zwarte
punt, de ondersnavel is zwart. De ogen zijn geel. De poten zijn grijs.
Bij het vrouwtje is de kop groen. De keel en de borst zijn grijsachtig
groen met een rode tint op de keel. De onderkant van de borst en de buik
zijn rood. De stuit is blauw met een groene tint, de snavel is helemaal
bruinzwart, de ogen zijn bleekgeel. De jongen lijken op het vrouwtje,
hun snavel is bleekbruin en hun ogen zijn bruin.
Ze
zijn kweekrijp op 3 jaar. De man kan al eerder kweekrijp zijn. Het legsel
bestaat uit 4 of 5 eieren die gedurende 21 dagen bebroed worden. De jongen
vliegen meestal op 5 weken uit en worden nog gevoederd door de ouders.
De man komt in het nest om de jongen te voederen. Koningsparkieten zijn
niet altijd voorbeeldige ouders, het gebeurt dat ze maar 1 of 2 jongen
groot brengen en de andere laten sterven. Er is maar 1 legsel per jaar.
Het
voedsel in het Kasteelpark bestaat uit parkietenzaad, papegaaienzaad,
wilgentakken, kiemvoer, fruit en eivoer.
De
Roodrugparkiet

De Roodrugparkiet is een Australische parkiet die leeft in het zuidoostelijk
deel van Australië.Het geslacht van deze vogel is makkelijk herkenbaar
en dit door de rode vlek op de rug van de mannen. De mannen zijn ook altijd
kleurrijker dan de grijsgroene vrouwtjes. De mannen hebben een mooi muzikaal
geluid.
Er
worden tussen de 4 tot 7 eieren gelegd die circa 19 dagen bebroed worden
en uitsluitend door de pop. De pop wordt tijdens het broeden gevoed door
de man en wanneer de jongen geboren zijn wordt de pop nog steeds van voedsel
voorzien door de man, dat ze op haar beurt dan doorgeeft aan de jongen.
Na 4 weken verlaten de jongen het nest en worden dan nog twee weken door
de ouders gevoed. Na 6 weken zijn ze dan zelfstandig. De meeste roodrugparkieten
brengen per jaar twee broedsels groot. Na drie maanden zijn de jongen
volledig op kleur.
Het
voedselaanbod in het Kasteelpark bestaat uit parkietenzaad, wilgentakken,
fruit, kiemvoer en eivoer.
De
Prachtrosella

De
Prachtrosella komt van oorsprong uit het Zuidoosten van Australië,
en bewoont dan vooral open bosland of spaarzaam bebost grasland.
De
Prachtrosella is zo'n 30 lang, de kop en de bovenkant van de borst zijn
felrood, op de wang zijn er witte vlekken. Op de rug zijn er regelmatige
zwarte vlekken en de buik is geel. De schouders en staart zijn lichtblauw.
De pop is iets doffer van kleur.
De pop legt gemiddeld 5 eitjes die in 19 tot 21 dagen worden uitgebroed.
De eerste dagen worden de jongen door de pop gevoerd. Als ze wat ouder
zijn springt het mannetje haar bij. De jongen verlaten de nestkast op
een leeftijd van ongeveer 35 dagen. Na een jaar of soms wel langer zijn
de jongen volledig op kleur, in het begin zijn ze overwegend groen.
In het Kasteelpark eten deze vogels parkietenzaad, papegaaienzaad, wilgentakken,
fruit, kiemvoer en eivoer.
In de volière zitten verschillende mutaties onder andere de wildkleur
en de geelmantel.
De
Bleekkoprosella

De Bleekkoprosella komt oorspronkelijk uit Noord en Oost-Queensland, noordelijk
Nieuw-Zuid-Wales.
De grootte van deze kleurrijke parkiet ligt rond de 33 cm. en hij is als
volgt gekleurd, kop bleekgeel, wangen en keel wit, nek- en rugveren zwart
met een zeer brede goudgele zoming, schouderveren zwart, vleugels afwisselend
gekleurd in blauw, groen en violet. Middelste staartveren donkerblauw,
de andere lichtblauw, borst en buik lichtblauw, onderstaartdekveren donkerblauw
de andere lichtblauw, borst en buik lichtblauw, onderstaartdekveren rood,
snavel lichthoornkleurig. Het vrouwtje is meestal wat kleiner en wat matter
gekleurd dan het mannetje.
Het legsel bestaat uit 4 tot 8 eieren, die in 22 dagen worden uitgebroed.
Daarna blijven de jonge vogels nog ongeveer 5 weken op het nest alvorens
ze uitvliegen. Op een leeftijd van ongeveer 1 jaar krijgen de jonge vogels
hun volwassen kleuren.
In het Kasteelpark eten deze vogels parkietenzaad, papegaaienzaad, wilgentakken,
kiemvoer en eivoer.
De
Barnardparkiet

De barnardparkiet komt van oorsprong uit zuidoost Australië, en bewoont
daar vooral de droge open boslanden.
Hij is tussen de 32 tot 34 cm groot en overwegend groen gekleurd met een
blauwe keel en gele nek en borststreep. Het mannetje is vaak wat forser
dan het vrouwtje en heeft ook sprekendere kleuren.
De pop legt 4-6 eieren, die plm. 21 dagen worden bebroed. Na vijf weken
vliegen de jongen uit, en twee weken later zijn ze zelfstandig.
Hun voedsel in het Kasteelpark bestaat uit parkietenzaad, papegaaienzaad,
wilgentakken, kiemvoer en eivoer.
De
Patagonische rotsparkiet

De rotsparkiet broedt in Cordoba en Chubud, en in noord tot het zuiden
van Neugu en het zuiden van Buenos Aires, Argentinië.De zuidelijkste
populatie trekt in de winter naar het noorden, Mendoza tussen Rios en
Uruguay.
Deze vogel is ongeveer 45 cm groot en zijn rug is overwegend olijf-groen
gekleurd, de keel en een gedeelte van de borst zijn grijs en de buik is
geel, oranje gekleurd.
Het verschil tussen de geslachten is moeilijk te zien, vaak heeft het
mannetje een grotere kop dan het vrouwtje. De jongen zijn na 12 maanden
op volwassen kleur.
Broeden begint in maart en leggen ongeveer 2 tot 5 eieren per legsel.
Broedtijd kan variëren van 23 tot 24 dagen. De jongen vliegen uit
na 8 weken. Ze zijn zeer gevoelig van schrikken tijdens het broeden. Het
kan enkele jaren duren vooraleer een paartje begint te broeden..
Het voedselaanbod in het Kasteelpark bestaat uit parkietenzaad, papegaaienzaad,
kiemvoer, wilgentakken, fruit en eivoer.
De
Beo

Beo's komen in het wild voor in delen van Oost-lndia, de Himalaja van
Kunlun tot Zuid-China, van Malakka tot Maleisië en op veel Zuidoostaziatische
eilanden. Daar zijn ze vooral te zien in boomkruinen aan de randen van
dichte bossen of bij open plekken, vaak in vruchtdragende vijgenbomen.
Soms tref je ze ook aan in besdragende struiken. Zeer zelden komen ze
op de grond voor.
Buiten de broedperiode leven ze in groepjes van 5 of 6 vogels. Soms tref
je ze aan in zwermen van honderd of meer (samen met andere grote vruchteneters)
in vruchtdragende vijgenbomen. Ze vormen paren voor het leven.
De beo is een zwarte vogel met een puntige gele snavel en achter zijn
ogen hangt een geel huidflapje, de pootkleur van de beo is geelgrijs.
In de natuur eet de beo vruchten en bessen, vooral wilde vijgen, daarnaast
ook nectar en insecten, ze vangen termieten in de vlucht en slapen apart
of paarsgewijs op dichtgebladerde takken of in boomholten, ze vormen paren
voor het leven.
In het Kasteelpark krijgt de beo universeelvoer, insecten (bijv. meelwormen),
fruit en eivoer ook eet hij wel eens wat zaad mee van de parkieten.
De
Driekleurglansspreeuw

De Driekleurglansspreeuw komt voor in Zuidoost-Soedan, Zuid-Ethiopie,
Somalië, naar het Zuiden tot Tanzania, daar bewoont hij de steppen
en savannen, meestal in groepen; ze zijn niet schuw.
Het voedsel van deze spreeuwachtige in het wild bestaat uit wormen, insecten,
vruchten en bessen.
Broeden gebeurd in bomen, zelden in struiken. Het nest is kogelvormig
en wordt gemaakt van takjes, vaak worden meerdere nesten aan elkaar gebouwd.
Deze worden in hoofdzaak bekleed met vleugelveren. Het legsel bestaat
uit 2-4 eieren, De jongen vliegen na ongeveer 20 dagen uit en worden aansluitend
nog ca. 14 dagen gevoerd, daarna zijn ze zelfstandig.
In het Kasteelpark eet de Driekleurglansspreeuw universeelvoer, insecten
(bijv. meelwormen) fruit en eivoer.
De
Kaapse glansspreeuw

De Kaapse glansspreeuw komt in het wild voor in Afrika, met name Kameroen,
Senegal, Oeganda en Kenia. We vinden ze daar op het open veld speciaal
vooral waar de bomen vrij verspreid staan, vaak zijn ze te vinden waar
veel vee graast en dan meestal in groepjes van 10 tot 20 vogels. In de
dichte wouden en bossen komen deze vogels niet voor.
Het voedsel in het wild bestaat uit met name insecten, vruchten en bessen.
Het vrouwtje legt ongeveer 3 tot 4 eitjes, deze hebben een lichte blauwgroene
kleur en donkere spikkeltjes. Ze worden uitsluitend door het vrouwtje
bebroed. Het mannetje blijft dicht in de buurt om het nest te bewaken.
Na ongeveer 14 dagen komen de eitjes uit. De jonge spreeuwen worden door
beide ouders vrijwel uitsluitend met levend voer grootgebracht.
Het voedselaanbod in het Kasteelpark bestaat uit universeelvoer, insecten
( o.a. meelwormen) fruit en eivoer.
Naar
boven